Een boek dat beklijft, een boek dat urgentie heeft (het doel van literatuur!), een boek dat niemand onberoerd zal laten.

Ik denk dat ik het meest geraakt werd door de afbraak van de moeder van de hoofdpersoon (dementie), in de zin van verlies van haar waardigheid, haar vrouw-zijn, de wissel van couture-pakjes naar makkelijk zittende broeken. Ook de strijd van de hoofdpersoon om haar moeder liet me niet onberoerd. Ze vecht als een soort leeuwin om haar moeder, om haar wensen te behartigen (ook al kan de moeder die wensen niet meer uitspreken, of laat ze iets geheel anders blijken dan ze bedoelt, maar de dochter weet ze wie zij is en wat ze nodig heeft).

Eerst moet ik een beetje wennen aan de schrijfstijl. De uitweidingen, je bijvoeglijk naamwoorden, de vergelijkingen. Maar na een paar hoofdstukken zat ik erin, en vond ik het mooi worden. En hoe langer ik las, hoe meer ik moest denken aan boeken van Erwin Mortier. En dat is een groot compliment. Want als je zó, met gevoel voor taal, de lezer mee kunt nemen in je verhaal, ben je een groot schrijver.

Ik wil hier, op deze plek, toch het boekje van Erwin Mortier noemen – omdat ik verwantschap voel in thema en schrijfstijl van Aniana Taelman. Zijn boek Omtrent liefde en dood, een afscheid (februari 2017) is een eerbetoon aan zijn overleden vriend Jef Geeraerts en zijn vrouw Eleonore Vigenon. Hechter kan een relatie denk ik niet worden beschreven, als hij over Jef zegt: ‘Te moedeloos om nog te schrijven, te moedeloos om haar te laten gaan, is hij in haar dood gaan wonen, wachtend op de zijne.’

Rouw is een thema in het boek van Aniana Taelman en in het genoemde boekje van Mortier. Hij schrijft: ‘We zullen de dood nooit helemaal stileren – het leven evenmin. We zijn schepsels met soms fabelachtige luchtspiegelingen in ons hoofd, in staat tot extatische schoonheid en afgrondelijke gruwel, maar we blijven even ongenadig onderworpen aan de wetten van het leven als de rest van de natuur. We verschillen niet zoveel van olifanten of mensapen, die de stoffelijke resten van vrienden of verwanten betasten, besnuffelen of er roerloos naar staan te kijken om de dood van die ene in zich op te nemen. Alleen zijn mensen ook nog eens woordenwezens en moeten we ook in de taal kunnen rillen of klappertanden.’ (p. 40).

‘Het is aan ons, nabestaanden, om te beslissen of we de brokstukken van een voorbij bestaan in water dopen, dan wel in bloed of woede. Die immer onaffe arbeid van verschoning, kwaadheid, treurnis en postume vergeving noem ik rouw.’ (p. 41).

Taelman heeft duidelijk besloten de brokstukken van een voorbij bestaan op te rapen, ze in de ogen te kijken en ze te verwerken tot dit boek.

Een onvergetelijk boek. En een ode aan het leven en de liefde.

Marieke

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.