Mijn TEDx Talk staat online.
Zes weken na de feiten, sneller dan verwacht.

[tweet_box design=”box_06″ float=”right” width=”40%”]Nu is mijn diepst verborgen geheim, mijn gitzwarte trauma, de wereld ingestuurd.[/tweet_box]

Nu is mijn diepst verborgen geheim, mijn gitzwarte trauma waar nauwelijks iemand iets van wist, de wereld ingestuurd.
Zo bevrijdend.
Zo onwerkelijk.
Ook is de ware reden waarom de Ziekte Alzheimer bij mijn veel te jonge moeder zo moeilijk om dragen was, zo meedogenloos mijn ziel verpletterde, nu ook de ether ingestuurd.

Mijn TEDx Talk is het eerste deel van mijn trilogie, samengeperst in een 2000-tal woorden. De resterende 53.000 woorden, cruciaal om het volledige verhaal te begrijpen, zullen ter wereld komen bij de lancering van mijn debuut, gezien dat aangrijpend relaas van een uitgeschreven leven onmogelijk binnen de opgelegde limiet van mijn 18-minuten-durende Talk paste.

Ik zit momenteel zelf met de handen in het haar.
Wat kan ik in deze column vertellen?
Wat wil ik vertellen?
Of wat kan of wil ik toevoegen aan de Talk as such?

Er is nog zoveel te zeggen over het verhaal ná dit eerste deel van mijn trilogie, hetgeen bovendien de gitzwarte onderlaag van mijn eerste verhaal grondig, en pijnlijk openhartig, zou kunnen staven.
Want ik kan me voorstellen dat sommigen onder jullie met vragen blijven zitten na het bekijken van mijn Talk.
Over wat de feitelijke rode draad in mijn trilogie is.
Over de woede, die duidelijk zichtbaar en hoorbaar aanwezig is in mijn Talk.
Over de redenen van die ontembare woede, en hoe die uiteindelijk toch geluwd kon worden.
Over hoe ik ruim twintig jaar geen woord over de lippen kreeg over het onherroepelijke, zelf-besliste afscheid van mijn zo beminde vader, mijn grote held.
Over waarom ik dit nu wél ‘moest’ doen, en wat nodig was om dat aan te kunnen.
Over de kracht die daarvoor nodig was, en waar ik die heb gevonden.
En over de ultieme bevrijding die als een zalvende vloedgolf over mijn hart stroomde wanneer mijn trauma éindelijk een naam kreeg.

Maar laat me één feit duidelijk stellen: moest ik deze resem aan uitzonderlijke momenten gedetailleerd willen verhalen in deze column, dan kan ik jullie even goed boek 1 alsook boek 2 (dat nog moet geschreven worden) hierbij al vrijgeven.
En zou dat roekeloze idee nou net niet volkomen indruisen tegen de ultieme marketeersstrategie omtrent ‘het teasen van mijn doelpubliek’?
Ik kies dus bewust om jullie over dit alles nog in suspense te houden.

Waar het in deze Talk, en in het eerste deel van mijn trilogie finaal om draait, is mijn boodschap aan alle lotgenoten die zich, net als ik, moederziel alleen voelen in de strijd tegen de ziekte van Alzheimer en wat deze mensonterende ziekte met je geliefden doet.
Dat was exact het enige wat ik jarenlang zag: de mens-ont-erende aanslag van deze gruwelijke ziekte.
Tot ik – om mezelf te helen en mezelf weer leven te gunnen in plaats van dood – de strijd éindelijk durfde opgeven en als gevolg accepteerde wat was, aanvaardde dat het leven wijzer is dan wijzelf en om een toen-nog-onduidelijke-reden moest lopen zoals het liep.

[tweet_box design=”box_06″ float=”right” width=”40%”]Om de mens in mijn moeder terug te vinden, hoefde ik slechts één ding te doen: haar recht in de ogen kijken.[/tweet_box]

Pas dan, op dat fundamentele keerpunt, vond ik mijn moeder terug, veel inniger dan ik ooit tevoren had ervaren, en dat terwijl er nauwelijks nog zinnige woorden tussen ons beide konden gedeeld worden.
Onze harten spraken gevoelsmatig de woorden van liefde, intenser en krachtiger dan het uitspreken van die woorden ooit had gekund.
Door de acceptatie van wat was, verdween het zwart uit mijn verleden geleidelijk aan uit mijn hart, kleurde grijs, en goudgele zonnestralen konden eindelijk opnieuw bij me binnendringen.
Ik zag helder, voor het eerst sinds lange tijd.
Mijn moeder was er nog helemaal intact, onaangetast, en volmaakt als de ‘mens’ die ze altijd was geweest.
Mijn angsten hadden mijn zicht belemmerd en lieten me jarenlang enkel het verval zien.
Maar verval is slechts een maskerade, een mantel van verderf die enkel de macht bezit om ons aardse lichaam aan te tasten.
Onze ziel blijft echter puur, eeuwig en onbesmet.
Om de mens in mijn moeder terug te vinden, hoefde ik slechts één ding te doen: haar recht in de ogen kijken.

Ik wens dat elke lotgenoot, veel sneller dan ikzelf heb gekund, zijn lot in de mate van het mogelijke aanvaardt.
Ik wens dat elke lotgenoot, veel sneller dan ikzelf heb gedaan, zijn geliefde familieleden of vrienden met dementie kan bijstaan vanuit liefde in plaats van angst of strijd en de laatste levensjaren liefdevol, in teder samenzijn, kunnen beleven.

Geloof me, het maakt een wereld van verschil.
Maar ook dat verhaal is voor een andere keer.