Daar zit ik dan; terug thuis na een overheerlijke vakantie, en geen sprankel inspiratie om mijn volgende column uit te werken.
En zeggen dat reizen mij altijd een boost geeft om nieuwe ideeën vorm te geven, om mij volop te storten op een kersverse uitdaging. Ditmaal niet, zoveel is duidelijk. 

In plaats van de dagen te laten passeren en te blijven wachten tot de inspiratie komt, heb ik zonet beslist om mijn laptop op mijn schoot te nemen en te kijken – met verblindende nieuwsgierigheid – wat er zich aandienen zal. 

Mijn liefste zegt: ‘Zal ík opnieuw je volgende column schrijven?’
Ik antwoord echter dat ik zelf die verantwoordelijkheid wil nemen. In zijn bruine kijkers lees ik ogenblikkelijk een bijkomende reactie: ‘En toch, zou dat niet beter zijn? Zo kan jij nog enkele dagen rust in je hoofd toelaten, kan je nog enkele dagen zwijmelen over de geneugtes van onze vakantie vooraleer je weer ten volle in je verhaal onderduikt.’
Binnenkort zijn we vijf jaar samen en hoewel die eerste zalige kus nog als gisteren aanvoelt – overweldigend als een aardschok van 7,2 op de schaal van Richter – ken ik deze prachtman intussen beter dan hij zichzelf en lees ik elke liefdevolle intentie in zijn blik. Velen zullen oordelen dat mijn intuïtieve kennis van dit mannelijk exemplaar al even sterk aanwezig was vóór we één werden, maar dat feit onderkennen geldt uiteraard enkel voor de gelukkigen die mijn veroveringsstrijd van A tot Z hebben meebeleefd. Andere lezers zullen moeten wachten tot ik dát verhaal uitschrijf en publiceer. 

En zeggen dat ik wél zin heb om aan dát verhaal te werken. Boeken schrijven gaat me zoveel beter af dan columns schrijven; omdat synthese en mijn persona nu eenmaal water en vuur zijn. Ik voel ter plekke mijn hersenen opgepept worden met een creatieve vloed wanneer ik denk aan het neerpennen van ons – weliswaar zéér – uniek liefdesverhaal. Je moet weten, beste lezer, dat de vierde versie van mijn manuscript uit 160.000 woorden bestond en dat ik wel degelijk dergelijke kanjer van een manuscript tot vier maal toe herschreven heb. Een mens zou voor minder gek worden gezien zo’n full-time schrijfproces drie jaar duurt. Maar daarmee was de kous niet af; een redacteur zei me in januari dat ik drie verhalen in één manuscript probeerde weer te geven en dat dit simpelweg te veel van het goeie was. De lezer zou dit té overweldigend vinden. Het verhaal zou bovendien té zwaar overkomen, zou de lezer kunnen versmachten, en zou hen (waarschijnlijk) na enkele hoofdstukken doen afhaken omdat de opeenstapeling van gebeurtenissen nu eenmaal té verstikkend was. ’Maar mijn leven voelde zó verstikkend voor mij!’ uitte ik bitter, ‘Ik beschrijf die opeenstapeling van gebeurtenissen omdat dat ook werkelijk mijn leven was! Net daarom wilde ik dit soort boek schrijven zodat lezers – die zoals ik als kleefkruid overwoekerd worden door de hardnekkigheid van verdrongen verdriet – zich met een écht verhaal zouden kunnen associëren.’

Maanden heb ik weerstand geboden tegen het feit dat ik nóg eens mijn manuscript zou moeten herschrijven wilde ik het uitgeefbaar maken, en heb dan ook de eerste vier maanden van dit jaar geen letter meer geschreven. Tot het geraas plots opklaarde in mijn hoofd tijdens mijn verjaardagsreis door Indië en Bhutan – misschien wel door de magische krachten die letterlijk voelbaar zijn tussen de toppen van de Himalaya – en ik moest toegeven dat je soms de werkelijkheid moet afzwakken opdat een verhaal geloofwaardig zou blijven. Dat zijn trouwens de wijze woorden van mijn favoriete auteur Arthur Japin, door wiens visie ik me heb laten inspireren om toch een vijfde versie te schrijven en mijn verhaal te laten eindigen met wat voor mij het feitelijke begin van mijn ultieme verlossing betekende.

De vijfde versie schreef ik in één maand tijd; ik kan het nog altijd niet goed vatten waarom het schrijven plots zo vlot begon te gaan. Als dát schrijven is, als een verhaal zó uit mijn vingers vloeit, dan zal ik tot het einde van mijn dagen schrijven. Dat weet ik zeker. Alleen verliep het schrijven van mijn eerste vier versies tergend traag en was het één van de zwaarste professionele periodes uit mijn bestaan. Aan alle nieuwsgierige – of kritische lezers: ook dit verhaal zal ik op een dag in geuren en kleuren uit de doeken doen, omdat het opnieuw een boodschap van ultieme verlossing in zich draagt en de mensheid zal inspireren.

Maar terugkomend op mijn vijfde versie: het finale manuscript besloeg amper nog 60.000 woorden wat letterlijk betekent dat er plotsklaps 100.000 woorden gesneuveld waren. Die liggen – beter dan gesneuveld – jubelend als op en neer springende minions op me te wachten tot ik ook die voor een vijfde keer onder handen neem en mijn tweede boek z’n finale vorm geef. 

Misschien moet ik dat wel gaan doen. Alleen al erover nadenken bezorgt me klaarblijkelijk al een schrijversgloed, want voor ik het goed en wel besef, heb ik in een mum van tijd deze column van 827 woorden uitgetikt.

Wordt vervolgd.

4 Comments

  • Hans Oud schreef:

    Dank voor deze column van 827 woorden. De woorden die zowel zéggend als bééldend zijn, binnen de bijzondere context van het leidmotief dat je schrijversgloed weer mocht doen herleven als onderdeel van levenskracht.

    Hartelijke groet,
    Hans Oud.

  • J schreef:

    Van A-Z al bijna 5 jaar geleden. Het tovert nog steeds een glimlach op mijn gezicht… bovendien heeft het je in staat gesteld om de heel moeilijke fases in je leven een plaats te geven. Zo zie je maar, echte/onvoorwaardelijke liefde overwint alles ?

    • Aniana schreef:

      Ik zie de glimlach op je gezicht in gedachten. Omdat ik me die nog herinner van toen.
      Jij hebt altijd geloofd in mijn intuïtie, wat mij toen de nodige kracht bood om door te gaan.
      Ik ga dát boek nu vorm geven; opnieuw een heus karwei! 🙂

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Schrijf je in

... en beleef alles mee in avant-première.

Taalkeuze Brief

Check even je mail om je inschrijving te bevestigen.

Pin It on Pinterest

Share This