Mijn liefste, mijn echtgenote, mijn schrijfster, 

Waarom draaien we de rollen niet eens om en schrijf ik jouw column van de week? Je hebt deze vakantie namelijk verdiend als geen ander, je boek is af en je mag nu eindelijk je verhaal lossen.

Drie jaar lang heb ik toegekeken hoezeer je je met een ongeziene volharding hebt toegelegd op je huzarenwerk. Elke dag, van ’s ochtends tot ’s avonds, verhuisde je naar onze zolder – jouw ingerichte zen plek – om daar in alle rust aan je boek te kunnen werken; het boek over je eigen leven.
Een verhaal over de harde jaren met je zieke moeder, toen ze leed aan de ziekte van Alzheimer, maar des te meer dan dit reeds zeer aangrijpend relaas, een verhaal over een veel verder vervlogen verleden, dat nog zoveel zwarter is, een trauma dat je leven gedurende twintig jaar lang heeft beheerst.  

Om dat verhaal te kunnen schrijven heb je jezelf allesbehalve gespaard. Je wierp je roekeloos in je hel van toen, herbeleefde elke zwarte emotie doelbewust, wilde die ook – ongewild –  doorvoelen; elke dag opnieuw, om elke momentopname zo waarachtig mogelijk te kunnen beschrijven voor je lezers. 

Duizend keer heb je je werk in het vuur gegooid, duizend keer heb ik je werk uit het brandende hout opgeraapt, omdat ikzelf zo diep geïnspireerd ben door het belang van je boodschap. 

Ik heb je werk gelezen, en herlezen.
Het is niet zomaar een boek dat het proces van een ziekte beschrijft, het is een boek dat jouw eigen hevige strijd tegen het leven vertelt, tegen het gevoel van onrecht dat het leven ons toebedeelt.
Het is des te meer een boek dat een uitkomst biedt, dat jouw momentum van rust beschrijft in een strijd die bij voorbaat verloren leek.
Een boek dat hoop biedt aan iedereen die een drama onder de kiezen heeft dat voluit de controle neemt over zijn leven, dat jarenlang de innerlijke gemoedsrust tegenwerkt. Een begeesterend verhaal dat inspireert om het geluk op een andere plek te vinden dan in de onechtheid van de buitenwereld.

Vandaag zijn de woorden die je gedurende meer dan twee decennia hebben overmeesterd, de woorden geworden die ze moesten worden. Woorden die de onhebbelijke pijn van je verleden vertellen, woorden die de triestheid beschrijven waarmee je bent achtergebleven, maar des te meer de woorden die nu ruimte bieden aan beschrijvingen van levensvreugde, innige liefde en tederheid voor een jeugd met minstens evenveel geluk. 

Sinds een tweetal maanden begeef je je in een nieuwe strijd; een gevecht tegen de wereld die leeft en zich onderhoudt op de rug van de noeste schrijver zonder al te veel respect voor het hardnekkig doorzettingsvermogen dat nodig is om zo’n gevoelig, en uiterst persoonlijk werk, levensvatbaar te maken.

Ik weet maar al te goed dat je nog ‘off’ momenten zal hebben; momenten waarop je de zaken best even kan laten zijn wat ze zijn, een dag of twee dagen leven in de twijfel die je dan overmant. Omdat jij net zo goed weet als ik dat jij omwille van jouw veerkracht, onmiddellijk daarna trots weer op de barricades gaat staan, paraat om wat of wie dan ook die probeert tussen jou en je droom te komen, te trotseren.  

Om eerlijk te zijn; als ik zie wat voor een immens gevecht jij hebt overwonnen, maak ik me bitter weinig zorgen over jouw nieuwe strijd; ware het niet een beetje over de arme stakkers die jou wanhopig proberen te vertragen.

Jij zál slagen, ondanks welke tegenstanders dan ook, omdat je wijs genoeg bent om alleen te rekenen op diegenen die je zullen bijstaan in je missie; op diegenen die zich zullen hechten aan de kracht van jouw boodschap.

Ik zal er zijn voor jou.
Ik ben er altijd voor jou, met jou, omdat jij mijn ultieme reden van bestaan bent!